• Niestadt Beeldbank Zijper Museum.

Meester de Nooij oogste respect

SCHAGEN Veel Schagenezen/-aren volgden onderwijs op de Christelijke Nationale School (CNS) aan de Schager Lauriestraat (nu gebouw van de SKRS) en kregen les van meester M. F. de Nooij. Hij gaf onderricht op zijn eigen manier en was een strenge pedagoog die van orde en discipline hield. En daarmee dwong hij ieders respect af

Al in 1936 stond De Nooij in een adresboekje vermeld als 'hoofdonderwijzer'. Hij woonde in een statige woning aan Plantsoen D 158 tegenover het station. De Nooij had de hoogste twee klassen onder zijn hoede en moest ervoor zorgen dat de leerlingen aansluiting zouden vinden op vervolgonderwijs. Taal en rekenen waren de belangrijkste vakken. Maar ook vaderlandse geschiedenis kreeg volop aandacht. Uit de inhoud van zijn betogen voor de klas bleek wel dat De Nooij een aanhanger was van de Anti Revolutionaire Partij of de Christelijk Historische Unie, die later met de Katholieke Volks Partij het CDA zouden vormen.

Op een zonnige namiddag in 1959 stonden enkele kinderen op de bus naar Callantsoog te wachten toen meester De Nooij op zijn Solex langs kwam tuffen. Op zijn hoofd droeg hij zijn bijna onafscheidelijke alpinopet. Een jongen durfde hem na te roepen 'Meester de Nooij heeft een vlooi'. Dat moest hij flink bezuren, want de meester keerde zijn voertuig en riep de brutale jongen tot de orde, waarbij hij de deugniet flink aan zijn oorlelletje trok. De jongen haalde het sindsdien niet meer in zijn hoofd rijmpjes te bedenken op de achternaam van de meester.

Om het hoofdrekenen bij de leerlingen te ontwikkelen, gaf hij sommen op. Je moest op inzichtelijke wijze steeds hetzelfde getal aftrekken tot je het cijfer nul onderaan de streep kreeg. Daar kon je niet mee smokkelen, want dat had hij zo door. Met taal gaf hij regelmatig een dictee. Hij las dan 'moeilijke' woorden voor die de leerlingen op moesten schrijven. Daar had hij vellen papier voor in lange reepjes gescheurd, bij wijze van papierbesparing. Zuinigheid met vlijt: dat was de lijfspreuk van de meester. Ook werd er wel getekend in de klas. Speciale voorbeeld-tekeningen moesten worden nagetekend. De klas was nog ouderwets ingericht met van die donker-eiken schoolbanken met een vakje voor het flesje inkt en de kroontjespennen.

Kinderen uit omliggende dorpen bleven 'over' tijdens het middaguur. De Nooij bleef toezicht houden tijdens het eten en zag er nauwlettend op toe dat er werd gebeden. Blijkbaar had hij een hekel aan smakkende kinderen, want je mocht tijdens het eten van een boterham niet tussendoor een slok nemen van de schoolmelk. Iedere vrijdag kreeg je huiswerk in de vorm van 'versje leren'. Het was dan de bedoeling dat je in het weekend de tekst van een psalm of een gezang uit je hoofd leerde. Of je je best had gedaan bleek bij de maandagse overhoring. De meeste kinderen kenden hun versje wel. Kinderen die graag Frans wilden leren gaf hij tijdens het vrije uurtje les voor een dubbeltje per keer. Ik hoor hem nog zo 'le souris' en 'le lapin' zeggen...